top of page

Acerca de

26 | 27
PROGRAMMA'S

EXCENTRIQUE

(vanaf september 2026)

​

Igor Stravinsky | Trois pièces 

Maurice Ravel | Strijkkwartet in F

---

Claude Debussy | Strijkkwartet op. 10 in g klein

 

Stravinsky schaafde lang aan zijn Trois Pièces, die hij uiteindelijk publiceerde in 1922. Bij een latere bewerking voor piano quatre-mains gaf hij de delen titels mee. In het eerste deel (“Danse”) is duidelijk de invloed van Russische volksmuziek te horen. Voor het tweede deel, “Excentrique” liet Stravinsky zich inspireren door de populaire Londense clown Little Tich (1m37 lang), vooral bekend door zijn act waarin hij schoenen van 71cm droeg. Het laatste deel, “Cantique”, grijpt juist terug op de Russische liturgische muziek. 

 

Ravel was een generatiegenoot van Stravinsky; de twee kenden elkaar goed. Het strijkkwartet van zijn landgenoot Debussy inspireerde hem om zich ook aan dit genre te wagen: hij modelleerde zijn kwartet dan ook vrijwel volledig hiernaar. Hij droeg het stuk op aan zijn leermeester, Fauré, die overigens niet zo onder de indruk was (Debussy was dat wel!). Het publiek vond het stuk in eerste instantie maar zo-zo: vaag, incoherent, en met vreemde harmonieën. Inmiddels is het stuk niet meer weg te denken uit het strijkkwartet-repertoire. 

 

Debussy voltooide zijn strijkkwartet in 1893. Het is het enige werk dat hij een opusnummer meegaf, en het werk oogt op papier als een traditioneel strijkkwartet met vier delen. De nieuwe klankkleuren, ongekende harmonieën, en bijzondere effecten, op veel fronten geïnspireerd door de toen net ontdekte culturen uit het Verre Oosten, maakten het stuk echter tot een voor die tijd baanbrekend werk. Een tweede strijkkwartet was even in de maak, maar Debussy besloot zich hierna vooral op orkestmuziek te richten. 

ALLEGRETTO PIZZICATO

(vanaf februari 2027)

​

Ludwig van Beethoven | Strijkkwartet op. 74 "Harp"

--

Bela Bartók | Strijkkwartet nr. 4 in C

Dmitri Sjostakovitsj | Twee stukken voor strijkkwartet

​

Dmitri Sjostakovitsj schreef zijn twee stukken voor strijkkwartet in één avond in het jaar 1931. Hij baseerde de stukken op twee van zijn eigen theatrale werken: de Elegie is gebaseerd op een aria gezongen door de ongelukkig getrouwde Katerina in de opera “Lady Macbeth of Mtsensk”. Het tweede stuk, de Polka, komt voor in Sjostakovitsj’ ballet  “The Golden Age”. Sjostakovitsj gebruikte de Polka in meerdere andere composities, waaronder in deze polka voor strijkkwartet, waarin hij de spelers veel ‘pizzicato’ laat spelen.

​

Bela Bartók laat de vier spelers in zijn vierde strijkkwartet zelfs een heel deel lang – het vierde, niet voor niets getiteld "allegretto pizzicato" – aan de snaren tokkelen. Het vierde deel deelt thematisch materiaal met het tweede deel, en het eerste en het vijfde deel delen ook motieven. Het derde, rustige deel staat op zichzelf en vormt daarmee het middelpunt van het kwartet.

​

Ruim een eeuw eerder noteert Ludwig van Beethoven in zijn tiende strijkkwartet de term ‘pizzicato’, wat het kwartet de naam “Harp” oplevert - in het eerste deel wordt de viool begeleid door harpachtige pizzicati. Beethoven droeg dit kwartet op aan Franz Joseph Maximilian von Lobkowitz, die ook opdracht had gegeven voor de vroege kwartetten opus 18. Het Harpkwartet werd, in tegenstelling tot die kwartetten die hij hiervoor schreef (de Razumovsky-kwartetten), goed ontvangen. Eén maand na de eerste publicatie verscheen al een tweede druk.

​

KREUTZERSONATE

(tot februari 2027)

​

Verschillende Russische componisten |

  Variaties op een Russisch thema 

Leos Janácek | Strijkkwartet nr. 1 'Kreutzersonate'

---

Ludwig van Beethoven | Strijkkwartet op. 59 nr. 1 in F

​

Janácek schreef zijn strijkkwartet ‘Kreutzersonate’ na het lezen van de gelijknamige novelle van Tolstoj: een verhaal over liefde en jaloezie, waarin alle emoties tot een hoogtepunt komen tijdens een uitvoering van Beethovens Kreutzersonate. De muziek vertelt het verhaal aan de hand van Janáceks kenmerkende stijl, met herhalende motieven, sterke ritmische elementen en een rijkdom aan speciale technieken.

​

Beethovens strijkkwartetten op. 59 markeren een belangrijk punt in de strijkkwartetliteratuur: het zijn de eerste werken die geschreven werden voor een professioneel strijkkwartet. Tot die tijd waren strijkkwartetten gelegenheidsensembles, en varieerde het niveau van de spelers behoorlijk. Met in zijn achterhoofd een kwartet met vier gelijkwaardige en begaafde musici, durfde Beethoven de grenzen van wat mogelijk was nóg verder op te zoeken. Als geste naar de opdrachtgever, graaf Razumovsky, verwerkte hij in het laatste deel van opus 59 nr. 1 een Russisch thema.

​

De variaties op een Russisch thema werden geschreven als een samenwerking tussen verschillende componisten, en uitgegeven door Belaieff, een uitgever die zich tot doel had gesteld om Russische muziek te promoten. Bekende en minder bekende componisten passeren de revue, van Scriabin en Rimsky-Korsakov tot Blumenfeld en Artchiboucheff, resulterend in een verrassend palet aan stijlen.

 © 2026 by SKAZKA KWARTET | fotografie © Joy Droogsma, Tessa Posthuma de Boer 

  • Instagram
  • Facebook
bottom of page